Cursus: De opkomst en ondergang van de Medici Docent: drs. ir. Herman Leistikow Start: dinsdag 20 maart Tijd: 3 x 10.30 – 12.30 uur Plaats: Bibliotheek Wassenaar, Rabozaal
Introductie tot de lezingencyclus 'de opkomst en ondergang van de Medici'
“Op een morgen in september 1433 liep een man met een gebogen neus en een vale huid naar de trappen van het Palazzo della Signoria in Florence. Zijn naam was Cosimo de Medici waarvan verteld werd dat hij de rijkste man ter wereld was. Toen hij het paleis binnentrad werd hij verwelkomd door een bediende die hem vroeg te wachten op het binnenplein; hij zou naar de raadzaal worden geleid direct nadat de vergadering was beëindigd. Na enkele minuten werd hij door de kapitein van de wacht opgehaald die hem vroeg hem naar boven te volgen; maar in plaats van naar de raadzaal werd Cosimo geëscorteerd naar de toren waar hij in een kleine cel opgesloten werd, een cel die bekend stond als de “Alberghettino”, de kleine herberg. Door een kleine opening in de muur keek hij neer op de stad.”
Dit moment was het keerpunt in de geschiedenis van de Medici waarna zij van bankiers, die vooral op de achtergrond opereerden, een sterke politieke rol zouden gaan spelen en zich praktisch de alleenheerschappij over Florence toeeigenden. Bijna zestig jaar zouden zij niet alleen de absolute macht bezitten maar ook het culturele aanzien van Florence bepalen en een groot opdrachtgever voor vele beroemde kunstenaars zijn.
In een cyclus van drie lezingen zullen wij de opkomst en ondergang van het bankiersgeslacht de Medici vanaf 1400 tot 1494 behandelen.
Het begon met de bescheiden Giovanni de Bicci die in 1397 een aandeel in een bank kocht en van hieruit een imperium met filialen in Rome, Napels en Venetië wist uit te bouwen voordat hij zich in 1420 terugtrok en de leiding aan zijn zoon Cosimo overdroeg.
Cosimo zou het imperium sterk uitbreiden mede dankzij zijn goede relatie met de paus in Rome. Buiten filialen in Pisa, Milaan,Genève, Brugge en Avignon bezat de familie twee wol en één zijdefabriek rond Florence. Maar buiten deze commerciële successen werd een fors bedrag uitgegeven aan kunst zowel schilderkunst, beeldhouwkunst als architectuur. Ook was Cosimo in staat de eindeloze oorlogen met en tussen de overige staten van Italië te beëindigen en een ongekende vrede te bereiken. Bij zijn overlijden in 1464 had het familiekapitaal een astronomische hoogte bereikt en bezat de familie de absolute macht in Florence.
Zijn zoon Piero “de Jichtige” zou de familie slechts kort leiden gezien zijn broze gezondheid maar wist wel het machtscentrum en het familiekapitaal te behouden.
Hoewel zijn overlijden in 1469 niet als een verassing kwam was zijn zoon, de 20- jarige Lorenzo, wel erg jong om zich deze machtspositie te bestendigen. Dit lukte hem wonderwel en hij zou uitgroeien tot Lorenzo “il Magnifico” die ongekende en stoutmoedige politieke situaties het hoofd moest bieden, een moordaanslag wist te overleven en een groot mecenas voor de kunstenaars zou worden. Dit alles ging wel ten koste van het familiekapitaal waarvan bij zijn overlijden in 1492 nog weinig over was.
Zijn zoon Piero “de ongelukkige” was niet berekend voor zijn taak en kon noch de machtspositie noch de restanten van het familiekapitaal behouden in de roerige tijden aan het einde van de 15de eeuw. In 1494, na de inval van de Fransen in Italië, werd hij en met hem de familie de Medici verdreven uit Florence.
Kosten: Leden € 30,00 p.p. voor 3 lessen Losse les € 10,00 p.p.
|